Menu

Prikkelend publiceren moet juist niet

6 februari 2015  |  Documentatie, Stijl
Foto 'prikkelende' kat

Photo credit: Jorbasa / Foter / CC BY-ND

Think twice; of bezint eer ge begint…

Wanneer u als wetenschapper meer aandacht wilt voor uw werk, kunt u zich beter richten op duidelijk en informatief schrijven dan dat u zich op het risicovolle pad van de humor en de beeldspraak begeeft. Uiteindelijk gaat het om prikkelende resultaten en niet om ‘pakkende’ titels. Vermijd clichés, onduidelijkheden of dubbelzinnigheden en modieuze termen, wees duidelijk, informatief en kernachtig. Een goed ingezette alliteratie maakt een titel veel krachtiger: ‘Onvoltooid en ongepubliceerd onderzoek: verspilling en vertekening‘ (Tijdschrift voor Psychiatrie). Artikelen met goede titels blijken eerder gepubliceerd te worden dan die met slechte, zo bleek uit Noors onderzoek.

Henk Walvoort, toen eindredacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, waarschuwde ooit: ‘Pseudo-geestige titels verandert de redactie altijd, alleen al omdat die de indruk zouden kunnen wekken dat men zich vermaakt met het lijden van patiënten.’ Een paar sprekende voorbeelden om zijn betoog te onderbouwen: ‘Diabeten met nefropathie in Nederland: hoe zoet zijn de toekomstdromen?’ en ‘Liever alle duiven van de hand dan door één geen lucht’.

Of die terughoudendheid nu ook nog opgaat voor het NTvG is de vraag. In een Redactioneel (“Ortholexia nervosa“) lezen we over “fruitariërs, quinoavreters of calorisch beperkten hebben er namelijk een handje van hun voedselobsessie te delen via sociale media”. Kennelijk is er niemand meer die de hoofdredactie tegen dit soort stijlverschijnselen beschermt. Een artikel over delier na een overdosis en onttrekking baclofen werd op het omslag zo aangekondigd:

Pislink na baclofen; Cover NTvG 2016 nr. 30

Cover NTvG 2016 nr. 30

Prikkelend publiceren?

Onder de titel ‘Prikkelend publiceren moet’ schrijft Ronald Veldhuizen in de Volkskrant van 4 februari 2015 over biomedische wetenschappers die een groot bereik zoeken voor hun ontdekkingen. Een manier om dat te bereiken is ‘prikkelend schrijven’. Vandaar het voorbeeld van de ‘ludieke’ titel ‘Will the real multiple sclerosis please stand up’…

Deze titel illustreert vooral op pijnlijke wijze de bezwaren tegen grappig bedoelde titels: in de eerste plaats spreekt het voor zich dat MS een ernstige ziekte is, met grote gevolgen voor patiënten. Daarom geldt hier de waarschuwing van Walvoort: laat (pogingen tot) humor achterwege, want u wilt toch niet de indruk wekken dat u zich amuseert met of ten koste van het leed van patiënten? De onderstaande reactie van de partner van een patiënt met MS is dan ook zeer begrijpelijk – en dat was vast niet wat de auteurs voor ogen hadden.

Begrijpelijke reactie van partner van patiënt met MS

Begrijpelijke reactie van partner van patiënt met MS

In de tweede plaats: welke winst wilt u behalen met zo’n manke vorm van beeldspraak? Een ziekte die moet opstaan? Maar geloof het of niet, vele ‘prikkelende’ schrijvers gingen deze auteurs al voor: in PubMed vind je ruim 120 titels die variëren op dit thema. Daarbij is de titel van een betoog over ghostwriters een van de weinige geslaagde: Will the real author please stand up!

Woordspeling in titels verláágt bereik

Inmiddels is ook aangetoond dat woordspelingen en grappig bedoelde titels het bereik van academische publicaties op de korte termijn juist verlágen. Taalkundige Gwilym Lockwood, verbonden aan het Max Planck Intituut te Nijmegen, onderzocht voor 2 jaargangen artikelen uit Frontiers in Psychology of effectbejag in titels het bereik op korte termijn vergroot. Hij mat dit af met ‘altmetrics’. Dit is het geheel van metingen om na te gaan of artikelen het algemene publiek bereiken, via media-aandacht, delen in social media, aantal keren dat een pagina bekeken wordt of een artikel gedownload wordt, etc. Hij onderscheidde de volgende technieken in de titels:

  • Positieve framing van de resultaten, bijv. “smoking causes lung cancer” en “vaccines do not cause autism”. Neutrale titels zouden zijn: “the relationship between smoking and lung cancer” of “an investigation into whether vaccines cause autism”. Verder onderscheidde hij een interessant onderwerp en een interessant geformuleerde titel.
  • Lengte van de titel, gebruik van een vraagteken en woordspelingen in de titel.

Hij bepaalde met 2 collega’s welke technieken in de titels gebruikt werden en hij stelde de altmetrics-score voor alle artikelen vast. Zijn resultaten vatte hij samen in een fraaie figuur.

Altmetrics-score titels

Altmetrics-score titels: gebruik van positieve framing en interessante formulering verhogen het bereik, woordspelingen verlagen het en vragen verhogen het enigszins.

De woordspelingen hebben dus een averechts effect op het kortetermijnbereik van artikelen. Dat vormt nog een extra argument om het niet te doen. De vragen vergroten het bereik wel enigszins, maar hiervoor geldt de ”wet van Betteridge”: elke titel die eindigt met een vraag kunnen we beantwoorden met ‘nee’.

Tot slot geeft Lockwood een goed advies in zijn conclusie. Hij stelt dat op internet de lokkertjes om een titel te delen steeds minder goed werken: mensen herkennen het patroon en trappen er niet meer in. Academici kunnen overwegen om hun resultaten positief te framen en titels interessanter te formuleren om het kortetermijnbereik te verhogen, maar het belangrijkste blijft: probeer vooral uw onderzoek echt interessant te maken.

To be or not to be?

In 2005 beschreef Neville Goodman in het kerstnummer van BMJ een inventarisatie van literaire en andere toespelingen in biomedische titels. Ook hij waarschuwde al voor clichés en averechts effect. Goodman merkte op dat zulke ‘speelse’ titels vooral boven opiniërende artikelen zoals redactionelen en commentaren stonden en nauwelijks boven onderzoeksartikelen.

Vooral gevleugelde woorden van Shakespeare bleken favoriet, bijvoorbeeld variaties op ‘What is in a name? That which we call a rose. By any other name would smell as sweet’ (Romeo en Julia). Goodman vond honderden titels die varieerden op dit thema, vaak over naamgeving en classificaties van ziektes. Bijvoorbeeld: ‘What is in a name? That which we call a rose. By any other name would smell as sweet”: towards resolving ambiguity in the TNM Classification for Lung Cancer’. Wie dit ‘prikkelend publiceren’ vindt, mag het zeggen. Bovendien leveren de eerste 19 woorden geen enkele inhoudelijke informatie; weg ermee dus.

In 2005 vond Goodman al ruim 350 variaties op ‘Back to the future’. De teller staat in 2015 al op meer dan 800! De fraaiste vondst van Goodman is een combinatie van twee verwijzingen in één titel: ‘Mentorship – is it a case of the emperor’s new clothes or a rose by any other name?’ Spreek ook niet te snel van een paradigmaverschuiving (‘paradigma shift’): Goodman vond er in 2005 al 378 en inmiddels schuiven we op naar 1114.

 Geslaagde voorbeelden

Veldhuizen verwijst terecht ook naar een wel geslaagde klassieker. De titel van een klinische les uit het NTvG: ‘Van de koele meren des doods. Pseudomonas in het ziekenhuis’. Geslaagd en origineel, deze mooie literaire verwijzing en niet beledigend voor een patiënt. Een moderne variant biedt de revistische titel ‘Liever ‘oud en eenzaam’ dan ‘depressief’’.