Menu

Aanbevelingen ICMJE: alle aanpassingen

Logo ICMJEDe belangrijkste richtlijnen voor publiceren die gelden bij het schrijven en aanbieden van een medisch-wetenschappelijk artikel vindt u in de aanbevelingen (tot 2013 ‘uniforme voorschriften’) van het International Committee of Medical Journal Editors, het ICMJE. Ze bevatten regels voor onder andere auteurschap, redacteuren en peer review. Verder geven ze praktische aanwijzingen voor de aanbieding van het manuscript, de indeling en de lay-out van artikelen. In Nederland worden ze officieel onderschreven door het NTvG en ook het Tijdschrift voor Psychiatrie en Pharmaceutisch Weekblad volgen deze aanbevelingen. Wij geven een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in de loop van de tijd.

 

Aanpassingen 2017

Eind december 2017 verscheen weer een aangepaste versie van de ICMJE-aanbevelingen. In de geannoteerde pdf zijn alle aanpassingen snel te bekijken.

Roofbladen. De passage over ‘predatory’ of pseudotijdschriften werd uitgebreid, met de nuttige waarschuwing dat je als auteur pas ná acceptatie te horen krijgt dat je moet betalen voor de publicatie. Verder waarschuwt het ICMJE dat de namen van deze flutbladen vaak erg lijken op die van echte tijdschriften en dat ze vaak claimen lid te zijn van het ICMJE, WAME of COPE (wat ze uiteraard niet zijn). Ook hebben ze geen ‘peer review’. Auteurs moeten hier zelf voor opletten; WAME heeft goede informatie over het herkennen van deze roofzuchtige ‘redacties’.

– Bij de medisch-ethische toetsing komt de verklaring van Helsinki op de eerste plaats te staan, gevolgd door medisch-ethische toetsing door lokale, regionale of landelijke onafhankelijke instellingen, zoals de medisch-ethische commissies. Dit moet duidelijk verantwoord worden in de methodesectie van een artikel.

– Delen van resultaten in trialregistratie is de verantwoording van auteurs, niet van het tijdschrift. Auteurs zijn verantwoordelijk voor het deugdelijk rapporteren van resultaten in trialregistraties, en voor het verklaren van eventuele verschillen tussen de weergave van resultaten in trialregistraties en die in tijdschriftpublicaties.

Delen van data. Het ICMJE breidt de passage over het delen van data flink uit, met de aanpassingen zoals beschreven in het redactioneel uit juni 2017 (zie de volgende paragraaf). Vanaf juli 2018 geldt voor onderzoeksartikelen een verplichte verklaring over het delen van data. Deze verklaring moet onder meer bevatten: een nauwkeurige beschrijving van hoe en op welke wijze de data gedeeld worden, welke data precies beschikbaar zijn en of er aanvullende gegevens beschikbaar zijn. Auteurs van secundaire data-analyses (bijv. meta-analyses) die gedeelde data gebruiken, moeten goed aangeven waar zij deze vandaan halen en moeten ook duidelijk aangeven waardoor hun bevindingen afwijken van eerdere analyses. Degenen die de data oorspronkelijk genereerden en beschikbaar stelden, dienen daarvoor gepaste credits te krijgen (ere wie ere toekomt) en het ICMJE stelt dat secundaire bewerkingen zo veel mogelijk samen met de primaire auteurs uitgevoerd moeten worden.

Data delen

In juni 2017 publiceerden leden van het ICMJE een redactioneel in o.a. Annals of Internal Medicine met een voorstel voor een geleidelijke uitbreiding van het delen van data voor klinische trials. Per 1 juli 2018 moeten ingediende manuscripten over klinische trials een verklaring over de toegankelijkheid van de data bevatten. Voor klinische trials waarbij patiënten geïncludeerd worden vanaf 1 januari 2019 moeten auteurs bij de trialregistratie een ‘data sharing plan’ indienen.

Aanpassingen 2016

Sinds januari 2016 geeft het ICMJE uitgebreide richtlijnen over het delen van onderzoeksdata (zie hierover het overzichtsartikel in het NTvG). In december 2016 heeft het ICMJE de richtlijnen uitgebreid op het punt van retractaties, correctie en herziening van gegevens in onderzoeksartikelen en correct gebruik van terminologie inzake gender en sekse. Aanpassingen zijn te zien in een geannoteerde pdf-versie van de ICMJE-richtlijnen.

Aanpassingen 2014

In december 2014 verscheen een aangepaste versie van de ICMJE-aanbevelingen. Deze wijzigingen richten zich vooral op de volgende punten:

Onafhankelijkheid. Auteurs moeten ervoor zorgen dat in overeenkomsten met sponsors (profit en non-profit) de volledige toegang tot de complete data voor auteurs gegarandeerd is. Ook moeten de auteurs de data geheel onafhankelijk kunnen analyseren en interpreteren en het manuscript volkomen onafhankelijk kunnen bewerken en publiceren, waar en wanneer zij zelf verkiezen.

Ethische toetsing. Bij onderzoek met mensen moeten auteurs aangeven dat de medisch-ethische commissie (MEC) van hun instelling de procedures in het onderzoek heeft beoordeeld en goedgekeurd. Als er geen MEC is, dient het onderzoek te voldoen aan de eisen in de Verklaring van Helsinki. Bij twijfel dient de MEC van de instelling naar specifieke aspecten te kijken. Toestemming van deze commissie ontslaat redacties niet van de plicht om zelf te beoordelen of het onderzoek medisch-ethisch solide is.

Voorpublicatie. De ICMJE beschouwt publicatie van resultaten in een trialregister niet als ‘ongeoorloofde dubbelpublicatie’ indien het om een kort abstract van de voornaamste resultaten gaat, waarbij de grens van maximaal 500 woorden niet wordt overschreden.

Discussie. Wetenschappelijke discussies over en kritiek op publicaties moeten door redacties worden aangemoedigd.

Kosten?  Tijdschriftredacties moeten helder zijn over hun inkomsten en moeten duidelijk vermelden of en zo ja, welke vergoedingen zij van auteurs vragen. Auteurs moeten hier kennis van kunnen nemen voor zij aan hun manuscript beginnen of voor zij het insturen.

Data. Indien de onderzoeksgegevens in een publiekelijk toegankelijke database zijn opgeslagen, dient dit aan het einde van de samenvatting vermeld te worden (met naam van de dataset, nummer en internetadres).

Methode. De methodesectie dient dermate duidelijk en gedetailleerd te zijn dat deze replicatie van het onderzoek mogelijk maakt. Indien een organisatie betaald of ingeschakeld is om het onderzoek te verrichten (bijvoorbeeld om de data te verzamelen of te analyseren), dient dit in de methodesectie beschreven en verantwoord te worden. Ook dient de toestemming van de MEC genoemd te worden in deze sectie, evenals de andere genoemde medisch-ethische overwegingen.

Referenties. Redacteuren, referenten of auteurs mogen verwijzingen naar literatuur niet gebruiken om hun eigen belangen te promoten.

Openheid. Indien er twijfels of zorgen zijn uitgesproken over het onderzoek door het betrokken onderzoeksinstituut of door toezichthouders, dienen de auteurs in hun aanbiedingsbrief aan de redactie laatstgenoemde hierover te informeren. Dit geldt ook indien corrigerende actie is aangeraden.

In de geannoteerde versie van de in december 2014 vernieuwde ICMJE-richtlijnen kunt u alle wijzigingen snel bekijken.

Aanpassingen 2013

In augustus 2013 heeft het ICMJE een nieuwe versie van de ‘uniforme voorschriften’ gepubliceerd. De voorschriften hebben een nieuwe naam gekregen: “ICMJE Recommendations for the Conduct, Reporting, Editing and Publication of Scholarly Work in Medical Journals” (afgekort als “ICMJE Recommendations”). Hiermee wil het ICMJE benadrukken dat het om meer gaat dan alleen regels voor het opstellen en insturen van manuscripten.

Vierde criterium voor auteurschap

De belangrijkste verandering is het toevoegen van een 4de criterium voor auteurschap.

Voor auteurschap gelden nu de volgende 4 eisen:

  • een aanzienlijke bijdrage hebben geleverd aan ontwerp en opzet, of het verkrijgen van gegevens, of analyse en interpretatie van gegevens EN
  • het concept van het artikel hebben bedacht of de wetenschappelijke inhoud ervan kritisch hebben beoordeeld EN
  • de uiteindelijke te publiceren versie hebben gelezen en goedgekeurd EN
  • verklaren verantwoordelijk te zijn voor alle aspecten van het werk door te verzekeren dat vragen die te maken hebben met de juistheid en de betrouwbaarheid van alle delen van het werk afdoende zijn onderzocht en opgelost.

De vierde toevoeging krijgt als toelichting: “Auteurschap houdt niet alleen in credits voor het werk, maar ook verantwoordelijkheid”. Het vierde criterium moet tegengaan dat auteurs zich aan hun verantwoordelijkheid voor het hele artikel onttrekken (“Dat gedeelte heb ik niet geschreven of dat deel van het onderzoek heb ik niet uitgevoerd, vraag maar iemand anders”). Het ICMJE formuleert treffend:

“Als er vragen rijzen over een aspect van een onderzoek of publicatie, hebben alle auteurs de plicht hiernaar onderzoek te doen en het probleem op te lossen. Door het auteurschap te accepteren, accepteert een auteur dat elk probleem dat te maken heeft met de publicatie, per definitie ook zijn of haar probleem is.”

Dit 4de criterium lijkt ons erg nuttig. Wij adviseren auteurs om vooral de laatste versie van de originele Engelstalige ICMJE-aanbevelingen te raadplegen (vertaalde versies kunnen verouderd zijn).